header
header

Vier Vragen aan Michel van der Aa

Michel van der Aa (1970) is een van de meest succesrijke componisten van zijn generatie. Nog heeft de reprise van zijn opera After Life uit 2006 niet plaatsgehad of de Nederlandse Muziekdagen brengt een nieuwe uitvoering van zijn grote orkestlied, Spaces of Blank uit 2007. De Muziekpleinredactie legde hem Vier Vragen voor....



1. Hoe kwam je tot je tekstkeuze voor Spaces of Blank?

Ik wilde een stuk maken over angst, angst in een heel brede zin. Daarom begon ik met het lezen van theoretische teksten over het onderwerp, zoals Fear: A Cultural History van Joanna Bourke. Maar ik kwam er al snel achter dat deze wetenschappelijke benadering het begrip angst te specifiek invulling gaf, te gedetailleerd, te dwingend voor de luisteraar.

Wat ik nodig had waren juist teksten die genoeg lucht bieden om er muziek van te maken, die angst oproepen als een niet-specifieke grondstemming. De angst zit meer in de omgang met de ruimte. Bij de luisteraar moet het pas specifiek worden. Zo kwam ik terecht bij poëzie, en uiteindelijk bij de gedichten van deze drie vrouwelijke dichters, die voor mij elk op een breed begrip van angst betrokken zijn, zonder al te specifiek te worden.


2. Kun je iets zeggen over wat voor muzikale kwaliteit je in deze teksten aantrof, en wat je met die kwaliteit hebt gedaan in je eigen muziek?

Alledrie zijn het zeer muzikale dichters. Emily Dickinson is natuurlijk de bekendste en meest gezette door componisten. Haar werk is tegelijk toegankelijk en gaat erg de diepte in. Het is buitengewoon werk waar mensen zich toch makkelijk in kunnen herkennen. Ik heb me wel afgevraagd of ik haar werk ook nog eens moest gebruiken, maar het had gewoon precies de kwaliteit die ik nodig had. In het werk merk je een verzet, het verzet tegen de heersende normen van haar tijd, dat geeft het ook de stemming die ik zocht.

Rozalie Hirs is zelfs componist, en dat lees je ook terug, in haar omgang met ritme en klank. Qua balans tussen gevoel en ratio lijkt haar werk tussen dat van Dickinson en Anne Carson in te zitten.

Anne Carson is academica, ze schrijft associatief en gelaagd met veel literaire verwijzingen, ik heb niet de illusie dat ik alle lagen door heb in haar werk. De muziek die ik bij haar werkt gebruikte is losser met de tekst verbonden, weerspiegelt meer de sfeer van een hele strofe dan ritme en klank van frasen, wat in het stuk vaker gebeurt bij Hirs en Dickinson.

Het beeld van de silver swimmer bijvoorbeeld dat bij Carson voorkomt suggereerde voor mij direct een klankbeeld: twee vibrafoons, stem, soundtrack, en een heel ijl strijkorkest dat sul ponticello speelt. Een grijze zee met de zilveren zwemmer er in. Wat daarin precies zee en wat precies zwemmer is is niet echt te zeggen. Met Christianne Stotijn, die het stuk in premiere bracht, had ik daar een discussie over. Voor mij beeldt de stem die aan het woord is - dus de stem van de hele muziek, van mij als componist en van de zang - de silver swimmer zelf uit die steeds verder de zee op gaat, maar zij zag zichzelf juist op het strand staan en van buitenaf naar de zwemmer kijken. Het stuk laat verschillende opvattingen toe, dat is heel mooi, verschillende visies op dezelfde ruimte.


3. "there is no way out of my mind..." is een halve dichtregel van Rozalie Hirs, die in je stuk voorkomt. In veel van je stukken lijkt sprake te zijn van een eenzame aanwezigheid in een abstracte ruimte. Het zijn extreem intieme situaties die je oproept. Die ruimtes worden tegelijk krachtig vormgegeven, met een verfijnde en precieze compositorische techniek en een vaak dwingende theatrale zetting. Bestaat er voor jou een spanning tussen het theatrale van de concertsituatie en het breekbare van het onderwerp?

Uiteraard bestaat die. En de uitwerking ervan is voor elk onderwerp anders. De keus van het onderwerp bepaalt de vorm van de muzikale ruimte die nodig is en dus ook van de fysieke ruimte. In After Life gebruik ik een complete enscenering met video-verdubbelingen van de personages. Hier heb ik alleen maar een orkest, soundtrack en zang.

Het orkest maakt een veel verschillende vormen van ruimtelijkheid in de klank mogelijk. Soms klinkt het (volgens sommige critici) bijna Mahleriaans weelderig, soms is het juist dun en subtiel. Dit stuk had een breed palet aan ruimtelijke karakters nodig, het onderwerp moet een grote ruimte laten klinken, maar om een grote ruimte aan te geven heb je ook een kleine ruimte nodig. De tekst en de stem bewegen zich eenzaam tussen al die ruimtes, maar de ruimte is het hoofdonderwerp. En de soundtrack breidt het palet van het orkest weer uit met extra virtuele ruimten. Een akkoord in het orkest kan doorklinken in de soundtrack, waarop het orkest plotseling stopt; zo maak je een soort plotselinge muzikale luchtzakken of wakken waar je in valt, en dan kan er weer een klap klinken en een overgang gemaakt worden naar een grote klankkathedraal, enzovoort.


4. Maak één (of meer) van onderstaande zinnen af:

Ik heb hier eigenlijk geen antwoord op! Muziek en poëzie hebben veel gemeen en niets; dat hangt van de componist en de dichter af.





Spaces of Blank van Michel van der Aa wordt uitgevoerd in de Nederlandse Muziekdagen op 10 oktober om 20:15 in de Grote Zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ, door de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Micha Hamel met mezzosopraan Sarah Castle.