header
header

Gerbrandy: Fraai gestileerde maatschappijkritiek

De Nederlandse Muziekdagen werkt dit jaar samen met literair tijdschrift De Revisor. Zes auteurs zijn gekoppeld aan zes dichters om zes gezamelijke werkstukken te maken, die tijdens de Muziekdagen worden uitgevoerd, en van de samenwerkingen wordt verslag gedaan in het komende Revisor-nummer (2009 nr. 4/5). Op Muziekplein zijn deze week alvast wat fragmenten te lezen. Vandaag uit de tekst van Piet Gerbrandy over zijn samenwerking met Maarten Ornstein.



Toen Maarten Ornstein en ik elkaar in januari 2009 voor het eerst troffen, in een etablissement dat ooit een beetje trendy is geweest maar inmiddels vooral te boek staat als in alle opzichten neutraal terrein, reikte hij mij zijn linkerhand, daar de rechter voorzien was van een ontzagwekkende spalk. Roland Kirk heeft in het verleden aangetoond dat je met heel weinig ledematen toch een heleboel saxofoons tegelijk kunt bespelen, en Paul Wittgenstein maakte aan het begin van de twintigste eeuw furore als eenhandig pianist, maar het spreekt vanzelf dat de gemiddelde muzikant het liefst zo weinig mogelijk handicaps heeft.

We dronken uitstekende cappuccini, wisselden, zoals het kunstbroeders betaamt, boeken en cd’s uit, spraken uitvoerig over de verschrikkingen van bureaucratie, kredietcrisismanagement en foute politiek, en waren het er vrijwel direct over eens dat het stuk dat we gingen maken betrekking zou moeten hebben op Hoe Erg Alles Is. Het kunstzinnig publiek dat vlot opgedoft naar ons werk komt luisteren en de schimmige instanties die ons betalen willen niets liever dan dat we de vrijheid nemen NEE te zeggen. Fraai gestileerde maatschappijkritiek is hoogst onderhoudend. Een essentieel aspect van het systeem waarin we leven is dat hetzich met genoegen van binnenuit laat uithollen. De kunstenaar is de kwajongen die deze taak op zich neemt. Hij zegt NEE om het systeem draaiende te houden.

Is dit flauw en badinerend? Neem ik mijn eigen politieke standpunten niet au sérieux? Ik wil alleen maar zeggen dat een geëngageerd kunstenaar in de westerse wereld per definitie gebonden is, alsof hij zijn rechterhand niet kan gebruiken en alles met links moet doen. Maar de ‘ware vrijheid luistert naar de wetten’, zegt Jacques Perk. Juist het feit dat je opereert in een porseleinkast die je wilt verbouwen maar niet slopen, maakt dat je bij het mollen behoedzaam moet zijn. Beperkingen maken creatief. Voor de verwevenheid van democratie, kapitaal, technologie en verlies aan privacy hebben wij geen oplossing.



Piet Gerbrandy en Maarten Ornstein schreven Morgen ben ik vrij, dat zal worden uitgevoerd op 11 oktober om 11.00 door het Metropole Orkest onder leiding van Jurjen Hempel met performer Jeannine Valeriano en bariton Mattijs van de Woerd.