header
header

Hoe hedendaags is hedendaagse muziek?

No replies

Debat 1 : De Nieuwe Nieuwe Muziek
Micha Hamel: Hoe hedendaags is hedendaagse muziek.
Respondenten Prof. Dr. Sander van Maas en Cas Smithuijsen en het publiek

Inleiding Micha Hamel:

Wat zijn de compositorische consequenties van het feit dat het hedendaagse publiek steeds heterogener is samengesteld?

De kunstmuziek, die eerst aan paleizen en kerken was voorbehouden, werd een expressievorm waarin de burger (gelijkgestemd, blank, hoog opgeleid) zichzelf kon verheffen. Concertbezoek is niet meer die noodzakelijke bouwsteen van een wellevend leven. Er zijn nu veel meer keuzemogelijkheden. Motivaties en voorkeuren zijn veranderd in een markt van overaanbod en sociale gelijkheid. De vraag naar muziek groter is dan ooit, maar de zalen voor de nieuw gecomponeerde muziek zijn moeilijk te vullen.

Waarom komt de luisteraar naar een concert? Wat horen mensen eigenlijk als ze luisteren. Missen de componisten misschien de aansluiting met de huidige tijd?

Waarom bestaan er intelligente, moderne burgers die van het hele veld van hedendaagse muziek geen weet hebben? De muzikale educatie is de laatste decennia achteruit gehold. De hoogcultuur die het westerse componeren is, is het geestelijk en materieel bezit van de hoge burgerij, en dit is juist de klasse die vanuit de eigen activiteit de kunstvorm fundament heeft gegeven, en ons publiek vormt.

De actieve muziekbeoefening in kerk, school, fanfare en vereniging stelde de burger in verbinding met muziek als kunstvorm. Maar: de jeugd in alle bevolkingslagen maakt nu slechts passief kennis met muziek. In onze huiskamers vindt men meer computers en ipods, dan piano's. (Ook bij de componisten, trouwens).

De manier waarop onze maatschappij door muziek en muzak gebombardeerd wordt, heeft diepgaand invloed op de manier van luisteren. Alle muziek wordt primair als toegepaste muziek beleefd, via film, televisie en games. Daar komt de eerste en indrukwekkendste muziekervaring tot stand. Vreemd als de hedendaagse componist daar niet op reageert. Toch lijkt het erop dat die een educatieniveau bij de luisteraar veronderstelt, dat er eenvoudig niet is. De zaal zit niet vol omdat het afwezige publiek de muziek niet begrijpt; een goede reden om niet te komen. Het lijkt er op dat de componist niet tegen de achtergrond van vandaag componeert, maar tegen de achtergrond van de muziekgeschiedenis.

Hierbij komt nog dat de bevolking steeds heterogener is samengesteld - zoals de 50 % nieuwe Nederlanders - die sowieso vanuit het passieve luisteren ons westerse discours betreden, waardoor de kunstmuziek volgens geheel andere coördinaten wordt beleefd.

Merkwaardig dat een componist werk produceert dat niet werkelijk toegesneden is op zowel het aanwezige als het afwezige publiek. Daardoor is de kunstmuziek haar maatschappelijke urgentie kwijtgeraakt.

De componist is als een leverancier van toegepaste kunst, die los van welke maatschappelijke ontwikkeling dan ook, zijn eigen werk als communicatief en relevant beleeft en droomt van een première als die van Stravinskys Sacre du Printemps.

Zonder vanuit een crisis te willen denken, wil ik de mogelijkheden onderzoeken om weer de aansluiting te vinden, namelijk dat de moderne muziek voor elke luisteraar de betekenis als hedendaagse kunst direct en urgent wordt ervaren.

Is het publiek in de zaal werkelijk in staat om de muziekinhoud in een live-situatie te volgen? Of zit men er met een motivatie die een relict is van het Verheffingsideaal?
Waar de componist zegt dat de muziek zelf overtuigen zal, lijkt het er op dat die overtuiging rust op een verouderd mens- en maatschappijbeeld.

Wat verwacht de componist eigenlijk van zijn publiek? Moet er actief getracht worden het discours van de componist te volgen, daarin bijgestaan door het programmablad of de inleiding? Of is het verduidelijken/versimpelen van de muzikale inhoud de weg naar het (grote) publiek? Moet er bewust gecomponeerd worden met gradaties van complexiteit, op het niveau van grammatica en retorica?

Is het nodig om een groter publiek te winnen voor nieuwe muziek? Is het concert misschien te slap en ouderwets voor volgende generaties? Is het vinden van nieuwe ervaringssituaties, zoals die momenteel in de beeldende kunst en in het theater opgeld doen, een richting voor muzikale vernieuwing? Hoe dirigeren wij de kunstmuziek weer terug in het centrum van de artistieke maatschappij?

Het is tijd om de hedendaagse muziek als kunstvorm te herijken door de positie van kunst in de maatschappij te overdenken, en de aanspraken die kunst heeft op onze existentie, ons mens-zijn te onderzoeken. Pas dan kan de muziek weer hedendaags worden.

- Micha Hamel
 _____________________________________________________________ Cas Smithuijsen, Docent aan Erasmus Universiteit

Er is een sterke relatie tussen wat er op het podium en wat er in de zaal gebeurd. De zogenaamde professionaliteitspiraal. Publiek en musici voeden elkaar op, sterke wederzijdse oriëntatie. Maar begin 20ste eeuw komt er een knik in de muziekgeschiedenis en ook trouwens in de beeldende kunst. Kunstenaars verlaten zich niet meer op die 2 basale waarden nl. zeggingskracht en vakmanschap, maar stijgen op naar een abstracter niveau en maken meer theoretische kunst. Kunst met een verhaal erbij. En het publiek gaat erom heen staan en probeert er dingen van te weten te komen. Er ontstaan cirkels, een dialoog met de makers. (theorie uit: ‘Art Worlds’ van Howard Becker, de kunstbijbel aan de Erasmus Universiteit.)
Hedendaags is een moeizame benoeming. Cas Smithuijsen spreekt liever over “ nieuwe muziek” die je nog niet kent.
Focus op zeggingskracht – hoe komt het over op de luisteraars, maar componisten moeten wel maken wat in ze opwelt.
Naast podiumangst bestaat er ook zaalangst. Angst om uit de toon te vallen of te hoesten. In musea en theaters bestaan die klachten niet. Die even oude settings als de concertzaal floreren nog steeds.

Leerproces: dat is ook volgens Cas Smithuijsen de sleutel naar nieuwe. In de afgelopen 30 jaar is het aantal hoogopgeleiden gestegen van 8 naar 29 %. Die verviervoudiging komt niet terug in de aantallen die naar nieuwe muziek concerten gaan.
Publiek moet investeren; in tijd en aandacht; en daardoor is aansluiting moeilijk te vinden. Daarnaast overaanbod, ook volgens Sociaal Cultureel Planbureau. Smithuijsen heeft zelf de nodige moeite moeten doen om nieuwe muziek te leren kennen, maar is buitengewoon voldaan nu.
Je moet ook niet te algemeen zijn in het afkondigen van de crisis. Want er zijn ook componisten (Guus Janssen, Theo Loevendie) die er heel goed in slagen veel publiek te trekken.
Hij ziet veel in marketing technieken; een taak voor Muziek Centrum Nederland.

Sander van Maas, Leerstoelgroep Muziekwetenschap Universiteit van Amsterdam
Luistercultuur is groot en de markt is onverzadigbaar. Daardoor zou je niet over een crisis moeten spreken, maar die is er wel. Niet van de kant van het aanbod, want dat is talrijk en veelzijdig. Zoals Schönberg al zei: er is steeds meer muziek en er wordt steeds minder geluisterd. De crisis is eerder een legitimatie crisis. Hedendaagse muziek is pop. Een componist is iets uit het verleden.
De norm wordt gesteld door educatie.
De luisteraar is anders geworden en de nieuwe muziekwereld doet niet voldoende om luisteraars te doorgronden. Het probleem zit hem in de aanbodgerichtheid. Er zijn tal van instellingen, maar dat zijn allemaal servicebedrijven voor de aanbodkant.
Wie op de hoogte wil blijven van de Nederlandse gecomponeerde muziek moet of naar MCN (maar niet iedereen woont vlakbij het Spui 111 in Amsterdam) of zich overgeven aan wat de aanbieders, de ensembles e.d. menen dat we moet horen. Vergeleken met de popwereld is de nieuwe muziekwereld is zo gesloten als een oester. Het is heel zwaar om luisterend er achter te komen wat er zoal gebeurd. Dan het ingewikkelde gedoe met allemaal tussenhandelaren die hun rechten technisch zo voor elkaar hebben, dat uiteindelijk geen sterveling meer die nieuwe muziek te horen krijgt. Terwijl, ook volgens Klaas de Vries, deze muziek het juist van meerdere beluisteringen moet hebben. We moeten het hebben over het mobiliseren van de luisteraar. Dit is de kern van mijn betoog:
Er moeten middelen komen die het de luisteraars, die weinig tijd hebben, maar wel nieuwsgierig zijn, mogelijk maken direct toegang tot de muziek te krijgen. En ook zelf te kunnen bepalen wat ze horen. Dus: Exit kunstpausen en tussenhandelaren; laten we ons inzetten voor listener empowerment.

Arthur Sauer –componist. Vond zelf op jonge leeftijd kennismaking met moderne muziek geweldig. Twijfelt aan dat hele leerverhaal. Hij probeert muziek te maken los van alle kaders. Gaat niet bewust iets construeren, zoals wat ‘rap’ ertussen. Vindt dat vaak tenenkrommend, geforceerd overkomen. Een ander kader is de zaal. Reden waarom een groot gedeelte van het publiek wegblijft. Want die zalen hebben een bepaalde sfeer en uitstraling die geassocieerd wordt met “ingewikkelde muziek”. Heeft ervaring met rare locaties, tenten e.d. waar alle soorten mensen heel open reageren. Andere locaties dus en in onverwachte perspectieven.
Miste in de betogen iets over het intermediair, nl. het instrumentarium. In de popwereld is dat volledig elektronisch. Elektrische gitaren en speakers. Dus wat het instrumentarium van het orkest betreft, valt daar ook wel over te denken, om aansluiting bij het publiek te vinden.

Cas Smithuijsen: Vergelijking met pop is weinig zinvol. Iedereen mag gelukkig kiezen voor de muziek die zij willen maken, horen, spelen, etc. Overigens is alle cultuur is aangeleerd.

Janneke van der Wijk is benieuwd naar de ideeën in de zaal over strategieën om de luisteraars te mobiliseren. Want ‘listeners- empowerment’ zou de basis moeten zijn voor een strategische agenda voor de komende jaren. Muziek Centrum Nederland wil als sectorinstituut graag de regie in deze nemen. Want dat er iets moet veranderen staat wel vast.

Micha Hamel is het eens met Sander dat het rechtengebeuren de vindbaarheid van de nieuwe muziek belemmerd. Ik ben de bekendste componist na Louis Andriessen omdat ik in een AVRO tv-spelletje zat en af en toe in de krant sta als dirigent. Maar niemand kent de muziek van Micha Hamel omdat die niet op cd staat. Rem zit aan de productiekant, concerten produceren is duur. BUMA heeft een taak om de toegankelijkheid te verbeteren.

Leo Samama. Er moet een omslag komen in het denken over de relatie muziek en samenleving. Er is een mismatch tussen markt en aanbod. Dat winnende stuk van het Toonzettersfestival wordt in allerlei weblogs en op websites genoemd, maar is nergens te horen. Dat is maar een van de vele voorbeelden.

Jarko Aikens: Moet ik hieruit concluderen dat de bouw van deze zaal overbodig en een vergissing was?
 
Nee, laten we niet polariseren.